Een content intro tekst. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipis cin elit. Nunc purus libero, interdum sed blandit acp retium facilisis turpis. Donec dictum neque veloran tristique egestas nulla mollis dui lorem dolor.
Afgelopen donderdag was een spannende dag voor veel culturele instellingen: het advies van de Raad voor Cultuur aan de minister over de besteding van de culturele subsidiegelden voor de periode 2017-2020 werd bekendgemaakt. Ook de grote Nederlandse filminstellingen werden beoordeeld en kregen over het algemeen een positief advies.
Vier jaar geleden vielen er rake klappen toen de Raad van Cultuur moest beslissen welke door het rijk gesubsidieerde instellingen het meest te lijden zouden hebben van de bezuinigingsplannen van Halbe Zijlstra. Ruim 200 miljoen euro moest er tijdens het kabinet Rutte I worden bezuinigd.
‘Artistiek gezien is de komende periode een tijd waarnaar de raad reikhalzend uitkijkt’, schrijft de raad nu aan minister Jet Bussemaker. Belangrijke opmerkingen uit het rapport: de raad wil het grote bereik van de drie filmfestivals benadrukken, alsmede het belang van deze festivals voor de Nederlandse filmindustrie. De raad wijst hierbij vooral op de enorme media-aandacht die de festivals jaarlijks genereren en op het veelzijdige multimedia-aanbod.
Tevens constateert de raad dat de positie van de Nederlandse artistieke film permanent onder druk staat. De Nederlandse filmsector besteedt weliswaar aandacht aan de internationale coproductie en vertoning van artistieke films, maar filmtheaters en bioscopen zijn om financiële redenen genoodzaakt om naast artistieke films ook ruimte te maken voor films die een groot publiek aanspreken. Wil Nederland internationaal meetellen, dan moet er zowel in de productie als in de vertoning meer ruimte zijn voor de artistieke film (inclusief documentaires) en voor experimenten.
De raad wijst in dit verband op het belang van ‘circulariteit’ in de sector. Net als in het buitenland zullen ook de partijen die betrokken zijn bij de exploitatie van films (van bioscoopexploitanten tot kabelmaatschappijen en telecombedrijven) moeten bijdragen aan de ontwikkeling en productie ervan. Dit zorgt voor een gemeenschappelijk belang om filmproducties optimaal te exploiteren en zal daarmee bijdragen aan de continuïteit en professionaliteit van de sector als geheel.
Een en ander resulteerde in een positief oordeel over de aanvraag van het IDFA (International Documentary Festival Amsterdam), het IFFR (International Film Festival Rotterdam) en het NFF (Nederlands Film Festival). Voor deze drie festivals is een bedrag van 2.570.000 euro beschikbaar gesteld.
Het Cinekid-festival zag haar krachtige lobby van de afgelopen tijd beloond met een subsidietoekenning van 910.000 euro, en ook het EYE Filmmuseum kan tevreden zijn, want het ingediende voorstel voor 5.150.000 euro werd gehonoreerd. Maar met een kanttekening van de raad, namelijk dat de internationale promotie van de Nederlandse film beter ondergebracht kan worden bij het Filmfonds.
De culturele basisinfrastructuur (BIS) is de ruggengraat van het Nederlandse cultuurbestel. Eén keer in de vier jaar brengt de raad advies uit over de samenstelling van de BIS. Op 15 februari 2016 heeft de minister de Raad voor Cultuur gevraagd te adviseren over 118 subsidieaanvragen in het kader van de regeling culturele basisinfrastructuur 2017–2020. De raad geeft in dit advies aan welke instellingen naar zijn oordeel voor rijkssubsidie in aanmerking komen. Op basis hiervan beslist de minister over de toekenning van subsidies. Zij zal deze besluiten bekendmaken op Prinsjesdag 2016.
+31 (0)33 456 49 85
info@fantastischefilmlocaties.nl
KvK Filmtaal 34120749