Banner Fantastische Filmlocaties

Pappa- en mammabioscopen: Kind zijn tussen de bioscoopstoelen

In beeld

Jan van Houten

12-4-2018
Pappa- en mammabioscopen: Kind zijn tussen de bioscoopstoelen

Jarenlang wordt er al voorspeld dat er een einde komt aan het tijdperk van de onafhankelijke bioscopen. Recente overnames, zoals de verkoop van Frits Nieuwenhuizens NH Bioscopen aan Kinepolis en de overname van Tivoli en Cinema Leeuwarden van de familie Osinga door Pathé, lijkt het einde van het tijdperk van de pappa-en-mammabioscopen een stuk dichterbij te brengen.

Maddy en Rob Wolf, en hun jonge zoon Han (nu eigenaar), tijdens de opening van Cinema Roma in Wijchen in 1984

Jarenlang wordt er al voorspeld dat er een einde komt aan het tijdperk van de onafhankelijke bioscopen. Recente overnames, zoals de verkoop van Frits Nieuwenhuizens NH Bioscopen aan Kinepolis en de overname van Tivoli en Cinema Leeuwarden van de familie Osinga door Pathé, lijkt het einde van het tijdperk van de pappa-en-mammabioscopen een stuk dichterbij te brengen.

In HFN #141, die vandaag uitkomt, staat een uitgebreid artikel over die ontwikkeling. Lees nu online extra familieverhalen bij dat artikel. Bijvoorbeeld over hoe het was om op te groeien in een bioscoopfamilie? Of om zelf kinderen op te voeden terwijl je als vader en moeder een bioscoop runt?

Han Wolf

Han Wolf, directeur van RSB Cinemas, komt uit een echte ondernemersfamilie. Zijn ouders begonnen in 1984 een bioscoop met twee zalen in Wijchen. Kleine Han was toen zeven jaar. ‘In dat jaar brak de VHS recorder door. Het bioscoopbezoek zakte met een kwart in. Het was geen gemakkelijke tijd. Mijn ouders leefden in de bioscoop. Ze werkten zeven dagen in de week. Ik hielp soms mee. Flessen sjouwen enzo. Ik gaf de aktes aan die mijn vader op een grote spoel moest rollen.

Na school gingen mijn vriendjes en ik films kijken in de bioscoop, onze leefplaats was rondom het huis en bij de bioscoop. Ik was wat dat betreft geen buitenbeentje, veel dorpskinderen hadden ouders met familiebedrijven. Ik werd ook niet bevoorrecht behandeld, eerder het omgekeerde. Mijn ouders kregen met hun kleine dorpsbioscoopje de third run-films, dus ik kreeg altijd te horen dat we van die oude films draaiden.

Ik was een jonge jongen, maar kwam vrij snel in aanraking met niet-leeftijdsgeschikte films. Mijn ouders vonden dat niet zo erg. Dat werd anders toen in de jaren tachtig weer massaal softporno-Tirolerfilms werden geprogrammeerd, omdat het slecht ging in de bioscoopbranche. Mijn zus en ik werden daar wel voor afgeschermd.’ 

Joep Caubo

Joep Caubo is de vierde generatie van bioscoopeigenaren. Zijn over overgrootvader begon in 1907 de Eerste Venlose Kinematograaf, een paar jaar nadat Tuschinski zijn theater in Amsterdam begon. ‘Snoep verkopen. Kaartjes scheuren. Veel helpen, dus. Onder lichte dwang uiteraard. Een van de voordelen was wel dat ik aanzien had bij mijn klasgenootjes. Voor kinderfeestjes kon ik een hele groep mensen uitnodigen. Ik had daardoor veel vrienden.

Mijn vader werd als oudste zoon min of meer gedwongen om de zaak over te nemen. Tegen mij heeft hij wel tien keer gezegd dat hij het niet erg zou vinden als ik iets anders zou gaan doen. Maar je groeit erin. Mijn vader werd ziek en moest in Londen een openhartoperatie ondergaan omdat ze dat toentertijd nog niet in Nederland deden. Terwijl ik op het punt stond om naar Londen te gaan voor een stagejaar vanuit de detailhandelsschool. Hij is uiteraard gegaan en ik bleef om de zaak met mijn moeder verder te runnen. Het was in eerste instantie tijdelijk, maar ik werd steeds enthousiaster, en ben in de zaak gebleven. We hebben nog vijf jaar heel prettig samen kunnen werken.’

Joep Caubo tijdens de recente viering van 100 jaar vereniging van bioscoopexploitanten.

Marten en Jos Osinga

Marten en Jos Osinga begonnen eind jaren tachtig samen een bioscoop in Heerenveen. Ze kwamen niet uit een bioscoopfamilie. Martens vader was huisarts, die van Jos was boekhouder. Maar ze stichtten wel een gezin met twee kinderen tijdens de exploitatie van de twee bioscopen Tivoli en Cinema in de Friese hoofdstad. ‘Wij waren een echte pappa-en-mammabioscoop. Ik heb het wel onderschat, we waren altijd bezig met het opbouwen van het bedrijf. Tijdens de feestdagen, als het topdrukte was in de bioscoop, gingen de kinderen naar hun opa’s en oma’s toe. Zo af en toe gingen wij met de kinderen een midweekje naar een bungalowpark. Dan zaten we van ’s morgens elf uur tot zes uur ’s avonds in het golfslagbad. We waren helemaal verrimpeld, maar de kinderen hadden de dag van hun leven. Dat deden wij dan als een soort van boetedoening.’

Jos Osinga en zoon Gertjan

Albert Jan Vos

In de oorlog had de vader van Albert Jan Vos een hotel-café-restaurant en schouwburg in Steenwijk. Met de bevrijding namen de geallieerden ook Hollywood mee naar Nederland. Albert Jans vader besloot toen om met de bioscoop verder te gaan. Albert Jan leerde het vak niet bij zijn vader, maar bij bioscoopondernemer Johan Miedema als bedrijfsleider van City Steenwijk. In 1985 dreigde die te sluiten. Albert Jan nam de bioscoop over samen met zijn broer Ludie .

‘Ik ben niet alleen geboren in de bioscoop, ik ben er ook gemaakt, waarschijnlijk in de cabine. Ik ben met film opgevoed. Als klein jochie stond ik naast de operateur door het cabinevenster naar pikante films te kijken als Blue Movie en Wat zien ik!? Dat vond mijn vader wat minder geslaagd. Hij sleepte mij aan mijn oren weg. Ik vertel op feestjes dat daar mijn grote oren vandaan komen. En iedereen gelooft het ook nog, haha. Zodra ik kon lopen, kon ik ook vegen, dacht mijn vader. Veeg de zaal maar schoon Albert Jan, zei hij dan. Met zo’n bezem met een hoek onderin, dan kon ik gemakkelijker onder de stoelen vegen. Maar wel het zitgedeelte even terug klappen, anders blijft er vuil onder.’

Albert Jan Vos en partner Fenneke Tjooitink

Carlo en Mirjam Lambregts

Carlo Lambregts en zijn vrouw Mirjam begonnen in de bioscoop City in Roosendaal. Het was een pand dat door Carlo's schoonvader was gekocht om er appartementen van te maken. Inmiddels zijn hun drie kinderen mede-eigenaar van C-Cinema. Carlo: ‘Ook de koude kant draait volop mee.Ik heb mijn kinderen altijd de vrijheid gegeven om te kiezen wat ze wilden. Mijn oudste zoon heeft ICT gestudeerd, maar wilde de digitale revolutie van de bioscopen bewust meemaken. Inmiddels is hij bedrijfsleider en mede-eigenaar. De andere twee hebben ook andere dingen gedaan, maar zijn uiteindelijk toch in het familiebedrijf terechtgekomen. Mijn dochter werkte bij McDonald's en bij de Hema. Wat ik daar kan, kan ik ook hier doen, zei ze. Twee gezinnen wonen inmiddels boven de bioscoop. Mijn oudste kleinkind is negen jaar, en die zegt nu al: ik wil bij de kassa zitten.’

Carlo en Mirjam Lambregts. Foto's Jeroen Roest

 

Holland Film Nieuws

Dertig jaar lang was Holland Film Nieuws het vakblad voor de Nederlandse film- en bioscoopsector. Wat in 1994 begon als een magazine dat zes keer per jaar verscheen, eindigde in 2024 als platform met een (digitaal) magazine, een tweewekelijkse nieuwsbrief en een website met dagelijks nieuws over de nationale en internationale bioscoopsector. De nieuwsberichten die sinds 2012 op de website van Holland Film Nieuws verschenen, zijn voorlopig op deze website ondergebracht.

Logo van de podcast Fantastische Filmlocaties over films en de plekken waar ze werken opgenomen

Fantastische Filmlocaties is een activiteit van Filmtaal, het contentbureau van Jeroen Huijsdens.