Banner Fantastische Filmlocaties

Column: Waar zijn we in godsnaam mee bezig?

Pick ā€˜n’ mix

Thomas Fransman

01-12-2016 00:00
Column: Waar zijn we in godsnaam mee bezig?

Mijn illustere voorganger op veler vlak, Dirk De Lille, luidde vorig jaar in zijn column de noodklok als het gaat om het aantal films dat uitgebracht wordt in Nederland. Hier hebben we weinig mee gedaan. Sterker nog, het zijn er in 2016 alleen maar meer geworden.

Deze column werd door Thomas Fransman uitgesproken tijdens Het Najaarsoverleg op woensdag 30 november 2016 in Het Ketelhuis.

Mijn illustere voorganger op veler vlak, Dirk De Lille, luidde vorig jaar in zijn column de noodklok als het gaat om het aantal films dat uitgebracht wordt in Nederland. Hier hebben we weinig mee gedaan. Sterker nog, het zijn er in 2016 alleen maar meer geworden.

Brachten we in 2015 nog 371 films uit, dit jaar lijken we voor het eerst in de geschiedenis de 400 aan te tikken. Helaas is dat geen prestatie om trots op te zijn.

Want dat zijn bijna 8 films per week. Terwijl de gemiddelde Nederlander nog steeds maar 2,5 keer per jaar naar de film gaat. Je hoeft niet te kunnen hoofdrekenen om te zien dat er ergens iets niet klopt.

We presenteren weliswaar jaarlijks in Tuschinski met veel trots een stijging van het bioscoopbezoek. Maar is die trots terecht? Verhult het niet de problemen aan de achterkant? De goede bezoekcijfers van de afgelopen jaren zijn namelijk vooral te danken aan gigahits als Spectre, Gooische Vrouwen 2 en Star Wars. 95% van de recette gaat naar 5% van de films. Het lijkt de rijkdomsverdeling van een Afrikaans land wel!

De gevolgen hiervan als je 400 films per jaar uitbrengt? Het merendeel flopt. En dan wordt er aan van alles de schuld gegeven en angstig naar verklaringen gezocht. Zal ik er eens 1 opperen? We brengen te veel films uit!

Natuurlijk hebben we last van piraterij en gaat de daling van dvd sneller dan gedacht, maar we moeten ook bij onszelf te rade gaan en erkennen dat het niet enkel aan externe factoren ligt dat het slecht gaat met onafhankelijke distributeurs.

Daar zit je dan als kleine distributeur met je grote film van het jaar. Je zet hem neer op een datum, vaak in overleg met programmeurs. Maar op het moment dat er dingen concreet gemaakt moeten worden, staan er opeens 2 andere interessante films in die week. En zo wordt jouw grote film, voor de programmeurs de zoveelste film in de rij. Die ze trouwens regelmatig op screener bekijken, omdat ze geen tijd hebben om voor 400 films naar Amsterdam af te reizen. Maar voor jou als distributeur hangt soms het hele jaar van die titel af.

Maar ik heb ook jaren aan de exploitantenkant gezeten, dus ik besef dat nee zeggen makkelijker gezegd is dan gedaan. Want tegen wie zeg je nee? Je wordt namelijk doodgegooid met leuzen als “in Amerika/Frankrijk/Estland deed ie het geweldig”, “dit is écht onze grootste film van het jaar” en “we hebben een ongekend aantal GRPs, USPs, POS" en zo nog wat afkortingen. Dit opportunisme, van beide kanten, gaat ons op lange termijn de kop kosten.

De gigantische hitpotentie waar ik het over had, geldt ook voor independent-titels. Kijk maar naar successen als The Wolf of Wall Street, Intouchables en The Hunger Games. Je krijgt zo een situatie waarbij alle 22 onafhankelijke distributeurs achter de potentiële nieuwe hits aan zitten. Drie keer raden wat er met de MG’s gebeurt...

Er wordt met hagel geschoten in de hoop dat de hit geraakt wordt.

Ik ben geen econometrist, maar als je alles bij elkaar gooit, kan ik me niet voorstellen dat er een op lange termijn rendabel model uitkomt. Logisch gevolg: als er niks verandert, is het een kwestie van tijd dat er distributeurs omvallen. En dat stemt me verdrietig, want het is een fijne branche, met veel talentvolle en leuke mensen die je niet graag op straat ziet staan.

Dus, kunnen we als branche met trots de jaarcijfers presenteren? Deels, denk ik. Ik zou graag de vergelijking maken met Real Madrid. Zij kopen voor 500 miljoen een elftal dat dit jaar de Champions League won. Geweldige prestatie, geschiedenisboeken in, alles. Maar bij winst draai je misschien NET quitte, en je wint natuurlijk niet elk jaar. En niet elke film wordt een hit. Dus op lange termijn ga je kapot.

Mocht de situatie nog niet duidelijk zijn, hierbij wat voorbeelden uit de recente praktijk.

De eerste gaat over de afgelopen herfstvakantie. We waren als distributeurs zo opportunistisch om rond die periode zeven grote kinderfilms uit te brengen. Zeven! Voor één week vakantie. Voor elke dag één, zullen we maar zeggen. En dan eisen sommige distributeurs ook nog minimaal twee voorstellingen per dag, omdat ze denken dat ze de grootste hebben (bewuste woordkeuze).

Waar zijn we dan mee bezig?!

Op deze avond past ook een voorbeeld met Nederlandse films. In het voorjaar van 2015 was er een stortvloed aan Nederlandse films, waarvan er vier binnen zes weken stonden. Ze droegen de typisch Nederlandse titels: Ventoux, Rendez-Vous, De Surprise en De Ontsnapping. Vier films die in de stresstest voor hitpotentie van Ate de Jong ongetwijfeld hoog scoorden.

Vier grote, inwisselbare films binnen zes weken. Zelfs een leek ziet dat die niet allemaal maximaal kunnen presteren. Dat gebeurde dan ook niet. Frappant genoeg presteerde De Ontsnapping, met de minst bekende cast en regisseur, het best. Misschien omdat die de eerste in de rij was?

Waarom niet wat meer verspreid over het jaar? Het was immers niet rond het NFF. De releaselijst is toch voor iedereen toegankelijk? Had dit weer iets met de grootste te maken? Of was er druk vanuit de producent dat hun film per se in die periode uit moest? Ik neem aan dat producenten toch ook naar elkaar, en naar de markt kijken. Maar toch blijft er maar geproduceerd worden en, erger nog, vastgehouden aan onrealistisch hoge verwachtingen, tegen de veranderende markt in. Dit helpt allemaal niet.

Hetzelfde geldt overigens voor het arthouse-circuit. De lange doorloop van films, traditioneel de kracht van filmtheaters, neemt hierdoor zienderogen af, omdat het programmeren van een filmtheater steeds meer op dat van een commerciële bioscoop begint te lijken; we zetten alles maar in, en kijken wat er overeind blijft.

Het frappante is dat 1 van de 25 distributeurs de naam ‘cherry pickers’ draagt maar het zijn eigenlijk de exploitanten die cherry pickers zijn geworden, of daartoe gedwongen zijn. Zij kunnen de mooie, relevante, grote films uit het gigantische aanbod vissen, wat ertoe leidt dat het middensegment geen prioriteit meer heeft.

Relaties komen daarmee onder druk te staan. Zeker omdat de grote films steeds breder ingezet worden. Zo hadden we de absurde situatie dat de laatste James Bond ergens 17x (!!) per dag draaide. Maar ook een grote arthousetitel als I Daniel Blake draait in 8 theaters in Amsterdam en daar ook nog eens gemiddeld 4x per dag. Dit leidt tot vervlakking, minder diversiteit (daar is ie weer), en ga zo maar door.

Programmeurs hebben in dit geheel een verantwoordelijkheid, namelijk keuzes maken. Waarom niet slechts 8x per dag Bond? Waarom niet een keer een titel laten lopen als je hoort dattie bij je buurman draait? Maar eerlijk is eerlijk, het wordt ze ook niet makkelijk gemaakt.

Dus who’s to blame? Nou, wij allemaal. Want we houden het met z’n allen in stand. Het is een complexe situatie, en ik heb de oplossing niet 1-2-3 voorhanden. Maar misschien kunnen we over het volgende nadenken...

Er zijn te veel distributeurs. En er komen steeds meer independents bij. Die allemaal een slate aan films moeten hebben. Terwijl aan de kant van de majors de kantoren juist gefuseerd zijn. Misschien moeten de independents leren van de majors en fuseren?

De filmindustrie is wereldwijd. Buurlanden zitten in soortgelijke situaties. Laten we eens goed kijken naar hoe het eraan toe gaat in andere landen. Hoeveel distributeurs hebben ze daar, hoeveel films worden daar uitgebracht, etcetera. Misschien iets voor Stichting Filmonderzoek?

Bij kleinere films kan de beslissing om deze niet theatrical uit te brengen, juist meer opleveren, want het verlies beperken. Misschien moeten distributeurs kritischer naar hun slate kijken?

In plaats van alles op elkaar te stapelen rondom vakanties en traditioneel goede periodes, moet er misschien eens gekeken worden naar een betere verdeling door het jaar heen. En misschien moet er daar bovenop plenair overleg komen over releasedata?

Het is slechts een aanzet, en zeker niet dé oplossing. Die moeten we met z’n allen bedenken. Maar als je ziet wat we met alle partijen samen in Nederland voor elkaar hebben gekregen, heb ik er vertrouwen in dat we ook dit probleem kunnen tackelen. Maar daarvoor moeten we met elkaar in gesprek gaan. In plaats van in onze cocon voort te denderen met oogkleppen op.

Laten we die oogkleppen afdoen en meer naar elkaar gaan kijken.

Thomas Fransman. Foto Jean van Lingen.

 

Bewaren

Bewaren

Holland Film Nieuws

Dertig jaar lang was Holland Film Nieuws het vakblad voor de Nederlandse film- en bioscoopsector. Wat in 1994 begon als een magazine dat zes keer per jaar verscheen, eindigde in 2024 als platform met een (digitaal) magazine, een tweewekelijkse nieuwsbrief en een website met dagelijks nieuws over de nationale en internationale bioscoopsector. De nieuwsberichten die sinds 2012 op de website van Holland Film Nieuws verschenen, zijn voorlopig op deze website ondergebracht.

Logo van de podcast Fantastische Filmlocaties over films en de plekken waar ze werken opgenomen

Fantastische Filmlocaties is een activiteit van Filmtaal, het contentbureau van Jeroen Huijsdens.