
Iedereen heeft het wel eens meegemaakt; je zit in de zaal en om je heen zitten mensen te praten, appen of luidruchtig te eten. Rete-irritant, maar ik ga nog iets verder in mijn ergernissen; ik heb ook een hekel aan mensen die hoesten, niezen, gapen, naar de wc gaan en veel verzitten. Godzijdank zie ik het gros van de films in zaaltjes met getrainde blazen en gevulde buiken.
Je kunt er een studie van maken hoe mensen op dit gedrag reageren: vriendelijk aanspreken, ssssshhhh’en of zelfs roepen door de zaal. Zelf vind ik de mensen die je al aanspreken als je tijdens een trailer nog even op je telefoon zit het meest vervelend, maar goed. Het is prima dat mensen elkaar (fatsoenlijk) aanspreken op onwenselijk gedrag, maar waar ligt de grens van het onwenselijke? De afgelopen tijd kwam ik opvallend vaak in aanraking met bijzondere gevallen.
Eerst was daar een snipverkouden dame die, in een verder toch niet al te volle zaal, pal naast mij ging zitten met haar doos Kleenex op schoot. Ik heb hypochondrische trekjes, dus dit was pittig. Wat doe je dan? Een paar stoelen opschuiven vind ik zo lullig en je kunt er ook niets van zeggen. Wel vind ik dat je thuis moet blijven. Ga lekker Netflixen op de bank met je bacteriën. Is het asociaal om zo te denken, of juist volstrekt normaal?
Maar het wordt interessanter. Vorige week zat ik naast iemand met Parkinson. Heel vervelend voor diegene natuurlijk, maar tijdens die voorstelling ook voor mij. Beeld je maar eens in hoe het is om naast iemand te zitten die twee uur lang constant beweegt; soms met vingers, dan weer een hele arm, en zelfs een trillend been en hoofd. U zult begrijpen dat ik weinig van de film heb meegekregen. Maar wat doe je in zo’n geval? Hier kun je al helemaal niks van zeggen en verzitten kon niet, want het was vrijwel uitverkocht. Ik vind dat iedereen naar de film moet kunnen, maar waar ligt de grens?
In Gouden Palm-winnaar The Square zit een scène over iemand in het publiek met Gilles de la Tourette die daarmee een persconferentie verziekt. Zoiets heb ik in een bioscoop nog niet meegemaakt, maar wat zou u doen als er iemand in de zaal om de haverklap hardop “kut, tyfus, klote” roept, maar daar niks aan kan doen?
In Oh Baby van Thomas Acda heb je een situatie waarin restaurantgangers zich storen aan een lachende baby. Waarop Gijs Naber antwoordt: 'Als u zich al stoort aan een vrolijke baby, is het dan geen tijd om lekker op een berg te gaan zitten?' Het klinkt logisch, maar is dat ook zo? Heb je als restaurantganger ook niet het recht om in rust te eten?
Voetbalverslaggever Willem Vissers durft zijn verstandelijk gehandicapte zoon niet mee naar de bioscoop te nemen, omdat hij bang is om overlast te veroorzaken. Dat klinkt mij vervelend in de oren, maar waar ligt nou de grens? Niemand durft iets te zeggen van zo’n jochie, hoewel iedereen zich eraan stoort. Zoals Vissers het zelf mooi zegt: 'De een durft niet uit te gaan, de ander niet te klagen. We houden elkaar gevangen in schaamte.'
Waar ligt de grens van het onwenselijke en vooral het fatsoenlijke? Ik hoop dat u het weet, want ik heb geen idee. Voorlopig houd ik het maar gewoon bij films kijken in zaaltjes met concullega’s. O wee als er iemand gaapt.

Dertig jaar lang was Holland Film Nieuws het vakblad voor de Nederlandse film- en bioscoopsector. Wat in 1994 begon als een magazine dat zes keer per jaar verscheen, eindigde in 2024 als platform met een (digitaal) magazine, een tweewekelijkse nieuwsbrief en een website met dagelijks nieuws over de nationale en internationale bioscoopsector. De nieuwsberichten die sinds 2012 op de website van Holland Film Nieuws verschenen, zijn voorlopig op deze website ondergebracht.
+31 (0)33 456 49 85
info@fantastischefilmlocaties.nl
KvK Filmtaal 34120749